
Ik had alle mazzel van de wereld toen mijn prothesemaker Frank Jol me vertelde dat in Hoorn hardgelopen werd met een amputatie. Hoewel ik het doodeng vond, ben ik er toch heengegaan. In het begin met het idee om te leren rennen en daarna snel terug te gaan naar handbal. Maar hoe beter het ging, hoe leuker ik het begon te vinden! Lange afstand bleek niets voor mij, maar sprinten en verspringen vond ik des te leuker! Overigens verdiend mijn trainer Frank Dik veel lof, hij heeft me met engelengeduld over het voornaamste obstakel, de Angst, heen geholpen. Sporten met een prothese is net zoiets als polsstokhoogspringen: voor 90% je angst overwinnen. En nog steeds doe ik dat, bijvoorbeeld met mijn nieuwe sportprothese, doe weer heel anders is dan een dagelijkse. Mede dankzij het geknutsel van mijn prothesemaker kon ik in het voorjaar van 2002 de limiet voor het WK halen, onderdeel verspringen. Ik ging daar (met de Nederlandse selectie aangepast sporten) vooral heen om ervaring op te doen, van prestaties durfde ik niet te dromen. Ik heb ik Lille ontzettend veel geleerd en mijn wedstrijd ging ook nog goed! Ik versloeg echt op het nippertje (met 1 cm) een Pools meisje en werd eerste op het onderdeel verspringen! Terwijl ik nog maar een jaar train, ik kan het zelfs nu nog nauwelijks snappen.
Wat ik vooral uit dit jaar heb gehaald is een doel: ik wil nog veel beter worden en met inzet en lol (vooral!) in de sport moet dat lukken. Ik heb nooit buitensporig talent gehad voor sport en ik train ook niet 7 keer in de week. Wat belangrijk is dat ik superveel plezier en zelfvertrouwen haal uit het bewegen en mezelf verbeteren. Wat ik kan, zou ieder ander kunnen met een prothese, zolang je maar je angst overwint en je niet invalide gaat voelen. Ik heb geleerd dat alles kan, dat de grootste obstakel liggen in je hoofd en niet in je prothese!
Marije Smits